OVER EDUX
Rekenzwakke leerlingen in beeld
De schoolleider, intern begeleider, kwaliteitscoördinator en rekencoördinator vervullen elk een essentiële rol in de organisatie van effectief rekenonderwijs binnen de school. Dit vraagt om een gezamenlijke aanpak binnen een helder schoolplan, waarin verantwoordelijkheden op verschillende niveaus duidelijk zijn vastgelegd. Het is van belang dat leerkrachten rekenproblemen bij leerlingen tijdig kunnen signaleren en dat er een duidelijke structuur is voor het inzetten van passende ondersteuning. Door hierover schoolbreed afspraken te maken, ontstaat een samenhangend en stevig aanbod voor alle leerlingen. De ondersteuning van rekenzwakke leerlingen komt daarmee in het teken te staan van preventie in plaats van remediatie: tijdig en adequaat handelen om rekenproblemen zoveel mogelijk te voorkomen.
Effectief rekenonderwijs: de organisatie
Een belangrijk doel van ons reken-wiskunde onderwijs is het ontwikkelen van functionele gecijferdheid voor alle kinderen. De sleutel hiervoor is goed rekenonderwijs. Dit is voor alle leerlingen belangrijk, maar zeker voor leerlingen die moeite hebben met rekenen. Maar wat betekent dat in de praktijk?
Goed rekenonderwijs vraagt van schoolteams/leerkrachten:
- Een heldere visie op rekenonderwijs;
- Afspraken op schoolniveau over de rekentijd per week op het lesrooster;
- Afspraken over het automatiseren van de basisvaardigheden;
- Kennis van leerlijnen en rekendidactiek;
- Het toepassen van directe instructie;
- Het in kaart kunnen brengen van de onderwijsbehoeften van zowel rekensterke als rekenzwakke leerlingen en hierop differentiëren.
KC-TIP: Zijn er rekenafspraken bij jullie op school vastgelegd, bijvoorbeeld in een kwaliteitskaart? Staan deze ook centraal tijdens groepsbezoeken?
We willen met ons rekenonderwijs voorkomen dat rekenproblemen ontstaan. Toch blijft een groep leerlingen moeite houden. Uit onderzoek blijkt dat 15 tot 20% van de leerlingen problemen heeft met rekenen (Ros et al., 2022). Binnen deze groep is er een kleinere subgroep van 2 tot 3% waarbij sprake is van dyscalculie: hardnekkige en structurele rekenproblemen die niet te verklaren zijn door andere factoren. De vraag is hoe je als schoolteam deze leerlingen tijdig signaleert en passend ondersteunt.
vroegtijdig signaleren
De eerste signalen van rekenproblemen kunnen al zichtbaar zijn in de kleuterbouw. Hoewel dit artikel zich richt op het onderwijs, is het goed om te beseffen dat ook in de kinderopvang al aanwijzingen kunnen worden opgemerkt die duiden op risico’s in de rekenontwikkeling. In groep 1 en 2 zijn er diverse signalen die kunnen wijzen op een risico in de rekenontwikkeling. Kenmerkend zijn onder andere problemen met het vlot leren tellen en een gebrekkig getalbegrip (Van Luit & Schopman, 2000). Ook subiteren wordt gezien als een vroege risicofactor (Geary, 2011).
Een ander belangrijk kenmerk is het niet begrijpen van hoeveelheden en structuren, bijvoorbeeld wanneer een kind denkt dat vijf blokjes in een rij meer zijn dan vijf blokjes in een kring (Butterworth, 2005). Verder kunnen meer algemene signalen zichtbaar zijn, zoals bijvoorbeeld een gebrek aan belangstelling voor telactiviteiten of moeite met talige rekenbegrippen.
Na groep 1-2 blijkt vervolgens in groep 3-4 vaak dat het automatiseren en memoriseren van eenvoudige bewerkingen niet op gang komt. De leerling blijft tellen op de vingers of ontwikkelt alternatieve strategieën. Daarnaast is er vaak beperkt inzicht in bewerkingen en ontstaat regelmatig weerstand tegen rekenen.
Dit zijn enkele veelvoorkomende signalen; in de praktijk vraagt iedere situatie om een zorgvuldige analyse. Vroegtijdig signaleren van mogelijke rekenproblemen is echter cruciaal, omdat tijdige, laagdrempelige interventies de kans op een positieve rekenontwikkeling vergroten en verdere problematiek kunnen beperken. Tegelijkertijd blijkt het vertalen van signalen naar passende vervolgstappen in de praktijk vaak complexer dan gedacht.
rekenstoornis
Wanneer er ondanks gedane interventies onvoldoende vooruitgang zichtbaar is in de rekenontwikkeling, zou er mogelijk sprake kunnen zijn van dyscalculie. Het verschil tussen ernstige reken-wiskunde problemen en dyscalculie is moeilijk te duiden. Alleen een gekwalificeerd psycholoog of orthopedagoog kan een onderzoek hiernaar uitvoeren en een mogelijke diagnose stellen. Weet dat er vaak naar de volgende criteria gekeken wordt:
- Er is sprake van hardnekkigheid: ondanks gerichte, langdurige en deskundige begeleiding gaat deze leerling niet of onvoldoende vooruit.
- De problemen zijn niet beter te verklaren door andere stoornissen of factoren, zoals taalproblemen, zintuiglijke beperkingen, onvoldoende onderwijs of veel schoolwisselingen.
KC‑TIP: Wanneer er sprake is van daadwerkelijk forse rekenproblemen of dyscalculie; laat de leerkracht samen met de leerling een faciliteitenkaart ontwerpen. Hierop wordt inzichtelijk gemaakt welke dispenserende, compenserende, sociaal‑emotionele en remediërende maatregelen voor deze leerling van toepassing zijn. De leerling wordt gestimuleerd verantwoordelijkheid te nemen voor het gebruik van deze faciliteiten, waarbij de leerkracht ondersteunt, monitort en waar nodig bijstuurt.
rekenontwikkeling
Effectief rekenonderwijs begint bij overzicht: inzicht in waar een leerling staat en wat hij of zij nodig heeft om verder te komen. Om het onderwijs goed af te stemmen op de onderwijsbehoeften van leerlingen, is het essentieel om gebruik te maken van meerdere, complementaire meetinstrumenten. Drie gelijkwaardige bronnen van informatie vormen samen een stevig fundament:
- Toetsanalyses
Het analyseren van toetsen biedt inzicht, onder andere in de beheersing van rekendomeinen en foutpatronen. - Observaties
Observaties geven inzicht in strategiegebruik en aanpakgedrag, wat niet altijd zichtbaar is in toetsresultaten. - Rekengesprekken
Rekengesprekken maken zichtbaar waar het denken van de leerling vastloopt en wat nodig is voor een volgende stap.
interventies
Wanneer een leerling rekenproblemen laat zien, is het belangrijk om de ondersteuning doelgericht te intensiveren. Afhankelijk van de aard van de problemen kun je verschillende interventies inzetten, gegroepeerd in vier categorieën:
- Organisatie
Overweeg verlengde leertijd en extra oefenmomenten - Instructie
Bied duidelijke, stapsgewijze en expliciete instructie en pas doelgericht differentiatie toe - Oefening
Plan voldoende tijd voor herhalen en inoefenen - Hulpmiddelen
Zet (tijdelijk) hulpmiddelen in ter ondersteuning
Door deze interventies flexibel en afgestemd in te zetten, wordt voorkomen dat leerachterstanden verergeren en blijven verschillen tussen leerlingen didactisch hanteerbaar.
aansluiten bij onderwijsbehoeften
In jouw rol als kwaliteitscoördinator of intern begeleider heb je tijdens leerlingbesprekingen aandacht voor leerlingen die meer nodig hebben dan het reguliere basisaanbod, waaronder leerlingen met (ernstige) rekenproblemen. Samen met de leerkracht breng je op basis van toetsanalyses, observaties en rekengesprekken de onderwijsbehoeften in beeld. Deze inzichten vormen het vertrekpunt voor het afstemmen van passende interventies.
leestips
Mocht je je nog meer willen verdiepen in rekendidactiek of het omgaan met rekenproblemen, dan zijn onderstaande publicaties en/of boeken interessant om te lezen:
Boeken en basisliteratuur:
- Aan de slag met rekenproblemen (Van Oostendorp, 2014).
- Handboek Dyscalculie en Rekenproblemen (Ruijssenaars, Van Luit, Van Lieshout & Kroesbergen, 2021).
- Protocol Ernstige RekenWiskundeproblemen en Dyscalculie (Van Groenestijn, Borghouts & Janssen, 2011).
Actuele publicaties en ontwikkelingen:
- Leren rekenen – werken met de modellen uit het ERWD-protocol (herziene editie, 2025).
- Het ERWD-protocol: hoe voorkom je ernstige rekenproblemen? (Onderwijs van Morgen, 2025).
- Reflectiewijzer Rekenen-Wiskunde (Inspectie van het Onderwijs, 2025).
- Definitieve conceptkerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde (SLO, 2025).
Verdieping op didactiek en leerlingbehoeften:
- Rekengesprekken voeren (Kaskens, 2019).
- Kaskens, J. (2022). Artikelen over rekenontwikkeling en rekengesprekken (o.a. gepubliceerd in Volgens Bartjens en praktijkpublicaties gebaseerd op dit onderzoek).
Meer weten?
Herken je deze uitdagingen binnen jouw school? In de praktijk blijkt dat het realiseren van effectief rekenonderwijs vraagt om een gedegen aanpak en gezamenlijke afstemming.
Wil je weten hoe je dit concreet vormgeeft op jouw school? Neem vrijblijvend contact op met adviseur Yentl Beekwilder.
