OVER EDUX

Nieuws

Meertaligheid bij jonge kinderen

23 april 2021

Jonge kinderen horen en leren de taal veelal thuis, maar ook op het kinderdagverblijf, bij een gastouder, op de peuterspeelzaal en op school. Hoe is het voor een kind om op te groeien met meer talen? Als professional is het belangrijk om erover na te denken hoe je een kind kan ondersteunen in de taalontwikkeling en het welbevinden. Adviseur Eloïse van der Laan deelt graag haar kennis en visie over het begeleiden van meertalige kinderen vanuit sensitiviteit en begrip.

Meertalige kinderen kunnen met hun ouders of verzorgers in Nederland wonen om verschillende redenen, denk aan: liefde, werk of vluchten. Deze familiaire relatie speelt een belangrijke rol in het leven van een kind. De taal (of talen) die in deze relatie wordt gesproken is bijna altijd de basistaal waarin het kind zich veilig voelt, heeft leren spreken en gevoelens uit. Kinderen kunnen een nieuwe taal beter leren wanneer de basistaal ook goed ontwikkelt. Wanneer een kind vanaf de geboorte opgroeit met meerdere talen, ontwikkelen die talen zich tegelijk (simultaan) in de hersenen. Wanneer een kind op latere leeftijd een nieuwe taal leert, gaan de hersenen successief ofwel sequentieel genoemd leren. Elk kind heeft een eigen verleden en een eigen ondersteuningsbehoefte. Om kansengelijkheid te stimuleren is het belangrijk om met het kind, de basistaal en de ouders/ verzorgers samen te werken. Een kind heeft mogelijk een andere ondersteuning van de professional nodig wanneer er thuis sprake is van een taalarme of taalrijke opvoeding. Als professional zoek je aansluiting bij een kind, door ouders/ verzorgers hierbij te betrekken en met hen te bouwen aan vertrouwen kan je veel waardevolle informatie delen en actief samenwerken om het kind te ondersteunen.

 

Vertrouwen heeft te maken met respect tonen voor elkaar. In de praktijk wordt soms nog gesproken over “buitenlandse kinderen” of “NT2 kinderen”. NT2 de benaming is van een Staatsexamen voor mensen die een andere moedertaal spreken en pas op latere leeftijd de Nederlandse taal hebben geleerd. Met een diploma NT2 (Nederlands als tweede taal) laten zij zien dat ze de Nederlandse taal voldoende beheersen om in Nederland te kunnen werken of studeren. Een meer respectvolle benadering van iemand met een andere taal en cultuur is ‘meertalig’.  

meertaligheid bij jonge kinderen

Professionals in de kinderopvang, peuterspeelzaal en scholen zien veel kinderen die meerdere talen leren in hun jonge leven. Een meertalig kind dat een nieuwe taal leert hoort de gesproken taal en moet in zijn hoofd zoeken naar de betekenis, want in het begin denkt het kind nog in de basistaal. Het is belangrijk om kinderen ook in hun basistaal te laten spreken en spelen. In de "basistaal” begrijpt een kind sneller de context en kan het brein makkelijker de verbindingen maken. Wanneer je iets begrijpt kan je “labelen” ofwel vertalen naar de nieuwe taal. Hoe snel een kind de nieuwe taal leert heeft dus te maken met de persoonlijke capaciteiten en omgevingsfactoren. Wanneer de passieve en actieve woordenschat in het Nederlands groter wordt hoeft het kind steeds minder lang na te denken. Als professional kan je kinderen ondersteunen door te zorgen voor herkenbaarheid en rekening te houden met een langere verwerkingstijd. Dit is van groot belang voor het welbevinden van meertalige kinderen die de nieuwe taal nog niet goed spreken en begrijpen.

 

Een praktijkvoorbeeld: Een inmiddels volwassen vrouw vertelt over de periode waarin ze als kind in Nederland kwam wonen. ‘Ik begreep geen woord Nederlands en kwam in een volle kleuterklas. Op een dag in de eerste weken begon een klasgenoot tegen me te praten. Ik schrok want ik begreep het kind niet en wist niet hoe ik moest reageren, dus zei ik niks. Waarschijnlijk vroeg het kind gewoon; ‘wie ben jij?’ Maar omdat ik geen antwoord gaf bleef het kind zichzelf steeds harder herhalen; ‘Wie ben jij? HEY, WIE BEN JIJ, WAAROM ZEG JIJ NIKS?’. Andere klasgenoten hoorden de “sensatie” en kwamen ook voor me staan en begonnen mee te roepen. Ik voelde me aangevallen en kreeg het benauwd, liep steeds verder achteruit tot ik in een hoek was gedreven. ‘Wat roepen die kinderen naar mij? Wat willen ze van me? Wat moet ik doen?’ Door de angst verloor ik mijn zelfcontrole en plaste in m'n broek. De schaamte, angst en eenzaamheid gaven me een onveilig gevoel. Hierdoor sloot ik me af van sociale contacten en heb bijna een jaar lang niet gesproken in de klas.’

 

Het is bekend dat sommige meertalige kinderen door een 'stille periode' gaan, ze spreken dan (soms wel een jaar lang) nog niet actief in de nieuwe taal. Dit komt meestal voor bij kinderen die successief meertalig worden opgevoed en voor het eerst in contact komen met de nieuwe taal. Ze luisteren wel naar hun omgeving, proberen nieuwe ervaringen te begrijpen en kennis te linken aan de nieuwe taal en context. In hun hoofd vertalen (labelen) zij de nieuwe woorden naar hun eigen woordenschat. Wanneer een kind zich veilig voelt en aangepast taalaanbod ontvangt kan een kind zich dus tijdens een ‘stille periode’ toch volop ontwikkelen. Blijf daarom actief communiceren, zoek afstemming en kijk naar (soms kleine) non-verbale initiatieven die je vertellen of het kind het begrijpt.

 

Professor Ferre Laevers schrijft over ervaringsgericht onderwijs waarin de kwaliteitsindicatoren welbevinden en betrokkenheid enorm belangrijk zijn om te kunnen leren. Hoeveel taal kan een kind leren wanneer het welbevinden zeer laag is zoals bij dit meisje? De nieuwe taal en omgeving waren, voor haar alleen, te moeilijk waardoor ze prikkels ging vermijden en teruggetrokken gedrag liet zien. Het gevaar van teruggetrokken gedrag is dat een kind “onzichtbaar” kan worden en daardoor minder snel hulp krijgt. Het kind neemt wel initiatieven om hulp te vragen, maar deze zijn vaak kleiner, stiller en minder zichtbaar dan bij een kind dat druk of opstandig gedrag vertoont. Helaas voelen veel meertalige kinderen zich regelmatig onveilig, vooral wanneer hun Nederlandse woordenschat klein is. Ze proberen te vertellen dat ze iets moeilijk vinden alleen weten ze nog niet welke woorden ze kunnen gebruiken, daarom tonen ze vaak ander gedrag om zich te uiten. Uit onmacht kan een kind in woede uitbarsten door te slaan, bijten en schreeuwen. Uit wanhoop kan een kind er alles aan doen om maar gezien te worden, grenzen opzoeken bijvoorbeeld door hard te roepen, met speelgoed te gooien en bewust de toren van een klasgenoot omver te schoppen. Maar ook door veel te huilen, nabijheid te verlangen en moeilijk tot zelfstandig spel te komen. ‘Zie mij, help mij, geef me aandacht, goedschiks of kwaadschiks!’ Deze kinderen hebben ondersteuning nodig van een professional die zich inleeft en de tijd neemt om aan te sluiten bij de behoeften van dit kind.

 

Een voorbeeld van begeleiden vanuit sensitiviteit en begrip: Een Russisch sprekend peutertje in de groep kijkt je met vragende ogen aan en zegt; ‘uchitel, mne nuzhno v tualet’. Hij kijkt steeds benauwder en begint te huilen. Je vraagt je af wat hij bedoelt en gaat op ooghoogte zitten, kijkt hem aan en pakt geruststellend zijn hand; ‘ik luister naar je, wat zei je?’ Ondersteun de gesproken taal met non-verbale taal. Help hem te leren wijzen naar hetgeen dat hij bedoelt. Concrete voorwerpen helpen bij het leren van (een nieuwe) taal. Ontvang als professional zijn initiatief en geef er woorden aan; ‘aah je wilt naar het toilet! Jij zegt tualet en ik zeg toilet.’ Door een kind te ontvangen, afstemming te zoeken en mee te zoeken naar wat een kind bedoelt, krijgt hij het gevoel dat hij er mag zijn. Dat de begeleider hem belangrijk vindt en de tijd neemt om hem te helpen. Dit zal het welbevinden en zelfvertrouwen van kinderen vergroten en ze de moed geven om de volgende keer opnieuw een initiatief te nemen. En dat is juist belangrijk, we leren door te oefenen. Een belangrijk deel van de rol als pedagogisch professional is om de initiatieven van kinderen te zien en om vervolgens aan te sluiten bij wat zij nodig hebben.

Pedagogisch Educatieve Beeldcoaching (PEB) helpt professionals om kinderen beter te leren begrijpen, meertalig of niet. Het is een effectief instrument om kinderen in beeld te brengen en het ondersteunt in het begrijpen van wat het kind laat zien. Door middel van de beeldopnames kan er even ‘uit de groepsdrukte’ gestapt worden en écht gekeken worden naar een kind in beeld. Wat laat het kind zien? Wat betekent dat? Hoe kan het kind ondersteund worden en wat levert dat hem of haar dan op?


tot slot

Meertaligheid hoeft niet altijd tot zorgen te leiden. Onderzoek toont zelfs aan dat meertaligheid ook voordelen kan hebben voor de bredere hersenontwikkeling. Zo blijkt dat meertalige kinderen gemiddeld een beter geheugen hebben. Samenvattend nog enkele tips voor de begeleiding van meertalige kinderen:

  • Een kind dat zich veilig voelt heeft meer plezier en staat meer open om te leren; investeer eerst in welbevinden.

  • Ontwikkelen mag in je eigen tempo; sluit bij het kind aan, zo voelt een kind ‘ik ben goed zoals ik ben.’

  • Over iets dat je herkent hoef je minder lang na te denken. Zorg voor herkenbaarheid en houd rekening met een andere verwerkingstijd.

  • Het leren van een nieuwe taal kost veel energie. Door ook in de moedertaal te mogen spreken en spelen kan een kind even ontspannen en worden verschillende ontwikkelingen gestimuleerd.

  • Kinderen leren van elkaar, ondersteun sociale interacties.

  • Beweging, vooral in de buitenlucht, stimuleert het brein om nieuwe verbindingen te maken. Kijk en stem met het kind af of er ondersteuning nodig is.

  • Door interesse te tonen in elkaars cultuur en gebruiken voelt een kind dat de dingen die hij of zij gewend is ook belangrijk zijn.

  • Bespreek met ouders hoe zij thuis verder kunnen gaan met spelen en taal, ook in de basistaal.

  • Wees je als professional bewust van je eigen expressie, gebaren en gebruiken. Zoek afstemming door actief te kijken naar (non-)verbale communicatie van het kind én de ouders/ verzorgers.

  • Zoek het mooie in elkaar en geef daar aandacht aan, zo leert een kind talenten herkennen en ervaart het succeservaringen.

Meer weten? 

Wil je meer weten over meertaligheid bij jonge kinderen of het ondersteunen van meertalige kinderen en hun ouders? Stel je vragen aan Fleurke Schook.

 

DOWNLOAD ARTIKEL ALS PDF