OVER EDUX

Nieuws

Groepsmanagement op de BSO

14 januari 2026

We spreken er in de kinderopvang vaak over dat ‘de basis op orde’ moet zijn. Maar waar hebben we het dan eigenlijk over? Adviseur Anneke van Liempd legt uit waar zij naar kijkt als ze gevraagd wordt om mee te kijken wat er nodig is voor verandering.

Wanneer de basis op orde is loopt de dag beter en werken we ook fijner. Het kost minder energie, we krijgen er juist energie van! Aan welke knoppen kun je draaien om de basis op orde te krijgen?

Eerst even vragen stellen

Steeds vaker krijg ik de vraag om mee te denken bij kinderopvanglocaties omdat het niet zo lekker loopt op de BSO. Waar het dan precies in zit kunnen leidinggevenden niet altijd even goed uitleggen. Er worden dan enkele punten aangegeven, waarin soms ook aannames worden benoemd, die achteraf niet helemaal blijken te kloppen. Ik start altijd eerst even met vragen stellen om duidelijk te krijgen wat er gaande is. In eerste instantie stel ik vragen aan de leidinggevenden en als het traject eenmaal begonnen is ook aan de professionals op de groepen.

De weg naar verandering

Wanneer er verandering nodig blijkt te zijn dan is het belangrijk dat je iedereen op de werkvloer hierin meeneemt, dus ook de leidinggevende(n). Iedereen wil graag gehoord en gezien worden. In een team vinden mensen het belangrijk om herkenning en waardering te krijgen. Wanneer ik met een team start, begin ik altijd met relatie opbouwen. Dat doe ik door te luisteren, af te tasten en door te vragen. Zonder relatie is er geen verbinding, en zonder verbinding komt er geen verandering, is mijn motto. Binnen twee (maatwerk) bijeenkomsten, waarin ik onder andere informatie deel over groepsmanagement en communicatie, is het me vaak al duidelijk waar het team op vastloopt. Vaak is dat groepsmanagement en communicatie. Gelukkig wordt er in die twee bijeenkomsten al snel de ruimte en veiligheid gevoeld om het een en ander onderling te delen. Er komt dan veel informatie bovendrijven en een verbetering in de communicatie is dan al vaak gestart.

groepsmanagement

Bij het coachen op de BSO groepen kijk ik in eerste instantie naar het groepsmanagement. Hoe is het één en ander georganiseerd, hoe verloopt zo’n dag? Is er onrust of verloopt alles vlotjes? Hoe worden kinderen ontvangen? Is het duidelijk voor de kinderen wat er van hen verwacht wordt? Hoe staat het met de onderlinge communicatie van de medewerkers? Hoe zijn de taken verdeeld? Is er een logische planning? Op welke manier worden kinderen gezien en gehoord? Hoe lang is de wachttijd? Hoe staat het met de zelfstandigheid van de kinderen en wordt er ingegaan op initiatieven van de kinderen? En ga zo maar door. Ik stel vooral veel vragen en met de vragen komen antwoorden. En ‘‘Dat weet ik eigenlijk niet’’ is ook een antwoord waar we meteen mee aan de slag kunnen. Het resultaat: de medewerkers maken direct al veranderstappen na de eerste (coaching) bijeenkomst.

rijke en uitdagende omgeving

Samen met de professionals kijk ik naar een omgeving die:

  • Rijk en uitdagend is, zodat kinderen volop mogelijkheden hebben om te ontdekken en te leren;
  • kinderen stimuleert tot spel en ontwikkeling;
  • netjes en verzorgd is en een prettige sfeer uitstraalt;
  • materialen biedt die voor kinderen goed bereikbaar zijn, zodat zij zelfstandig kunnen handelen;
  • aansluit bij het ontwikkelingsniveau van alle kinderen;
  • een gevarieerd en uitdagend aanbod van activiteiten bevat;
  • kinderen de ruimte geeft om zelf keuzes te maken in hun deelname.
jij als professional en niet als oppas

Tot slot komt de overdracht naar ouders aan bod. Wanneer de kinderen worden opgehaald op de BSO is het gemakkelijk om te zeggen dat alles in orde is geweest en dat het kind lekker gespeeld heeft. Op zich is er niets mis mee om dit zo te zeggen. Maar wil je jezelf profileren als professional en niet als oppas, dan kun je beter ook nog informatie delen door een inkijkje te geven in waar het kind mee bezig is geweest en wat jou daarbij opviel. Denk bijvoorbeeld aan één van de ontwikkelingsgebieden, waar de sociale ontwikkeling ook een onderdeel van is. Ouders vinden het fijn om te horen dat hun kind echt gezien is en of er iets is opgevallen. De samenwerking met ouders kun je bevorderen door je professionele inzichten met hen te delen.

welbevinden en betrokkenheid bevorderen
  • Zie je dat kinderen een hoog welbevinden hebben? Dan ben je al goed bezig! Je zorgt dan sowieso voor een veilig gevoel waardoor kinderen durven te gaan spelen, te gaan ontdekken. Kinderen hebben het fijn bij jou in de BSO tijd, daar mag je trots op zijn!
  • Vind je het lastig om goed aan te sluiten bij de kinderen en kan de betrokkenheid in het spel nog beter? Probeer dan eens in de schoenen van de ander te staan. Wat zie je dan? Wat voel je? Waar heb je als kind dan behoefte aan? En praat met de kinderen, stel vragen over wat ze leuk vinden en graag zouden willen doen.
  • Vind jij het lastig om in te schatten hoe het nu precies staat met het welbevinden en de betrokkenheid van de kinderen op jouw groep? Gebruik de Leuvense schaal voor welbevinden- en betrokkenheidschaal van Ferre Laevers hiervoor.
Meer weten? 

Neem vrijblijvend contact met ons op en informeer of wij jou of jouw team kunnen ondersteunen in de basis op orde te krijgen.

DOWNLOAD ARTIKEL ALS PDF