• Jonge Kind

Een kleuter die thuis al letters herkent, maar op school doet alsof het nog niet lukt. Of een kind dat opvallend rustig meespeelt, terwijl het thuis ingewikkelde verhalen verzint. Hoogbegaafde kleuters vallen lang niet altijd op, juist omdat ze zich snel aanpassen aan de groep. In dit artikel, geschreven met Nathalie Maes, lees je waar je op kunt letten en geven we vijf concrete aandachtspunten voor de kleuterpraktijk.

Ontwikkelingsvoorsprong of hoogbegaafdheid?

Bij peuters en kleuters spreken we daarom vaak nog over een ontwikkelingsvoorsprong in plaats van hoogbegaafdheid. Een voorsprong kan verschillende oorzaken hebben. Een kind kan bijvoorbeeld bepaalde vaardigheden eerder ontwikkelen doordat het veel optrekt met oudere broers of zussen. Hoogbegaafdheid gaat echter verder dan alleen voorlopen.

Recent verscheen het boek Mindset: Waarom positief denken belangrijk is bij hoogbegaafdheid van Nathalie Maes. Maes schrijft vanuit haar ervaring als ervaringsdeskundige en heeft met haar boek een duidelijke missie: hoogbegaafden en scholen dichter bij elkaar brengen. In haar boek deelt ze onder andere ervaringen, herkenningspunten en tips voor de schoolomgeving.

Juist in het kleuteronderwijs is dat relevant. Een kleuter laat namelijk niet altijd direct zien wat hij of zij werkelijk kan. Daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken naar wat een kind kan, maar ook naar hoe een kind denkt, speelt, reageert en zich voelt.

Kijk verder dan wat een kleuter laat zien

Hoogbegaafde jonge kinderen kunnen zich al vroeg anders voelen dan leeftijdsgenoten. Dat kan zich op allerlei manieren uiten. Een kleuter kan bijvoorbeeld:

  • zich opvallend veel bezighouden met grote thema’s zoals oorlog, dood of klimaat;
  • een sterk rechtvaardigheidsgevoel laten zien;
  • regels en afspraken ter discussie stellen;
  • zich snel vervelen bij activiteiten;
  • moeilijk omgaan met fouten;
  • afhaken wanneer iets niet direct lukt;
  • zich stilhouden of terugtrekken in de groep;
  • liever contact zoeken met oudere kinderen of volwassenen.

Geen enkel signaal op zichzelf betekent natuurlijk dat een kind hoogbegaafd is. Juist het totaalbeeld is interessant. En daarbij is er nog iets belangrijks: wat je in de kleutergroep ziet, is niet altijd wat een kind daadwerkelijk kan.

Vijf aandachtspunten voor de kleuterpraktijk

1. Wees alert op aanpassingsgedrag

Kleuters zijn sterk gericht op de groep. Ze kijken naar andere kinderen en leren razendsnel wat er van hen wordt verwacht. Een kind kan zich daardoor al vanaf de eerste schoolweken gaan aanpassen.

Een kleuter die thuis bijvoorbeeld al letters herkent of leest, kan op school doen alsof dat nog niet lukt. Niet omdat die kennis verdwenen is, maar omdat het kind merkt dat andere kleuters dit nog niet kunnen. Ook in spel kan aanpassing zichtbaar zijn. Een kind dat thuis ingewikkelde verhalen verzint of diepgaande vragen stelt, kan in de groep opvallend eenvoudig gaan spelen of vooral het spel van anderen volgen.

Wat kun je doen?

  • Kijk niet alleen naar prestaties, maar vooral ook naar spel, taal en gedrag.
  • Observeer hoe snel een kind nieuwe informatie oppikt.
  • Let op kinderen die opvallend snel kopiëren wat andere kleuters doen.
  • Stel tijdens spel en gesprekken verdiepende vragen.
  • Geef ruimte aan eigen ideeën, interesses en oplossingen.
  • Vergelijk wat je op school ziet met wat ouders thuis ervaren.

Juist dat laatste is belangrijk. Ouders zien hun kind in een andere context. Een goed gesprek tussen school en ouders kan daarom helpen om een completer beeld te krijgen van de ontwikkeling van een kleuter.

2. Laat je niet leiden door stereotypen

Een hoogbegaafde kleuter is niet automatisch het kind dat al kan lezen of rekenen. En andersom betekent vroeg lezen, veel kennis hebben of moeilijke woorden gebruiken niet automatisch dat een kind hoogbegaafd is.

Sommige kinderen vallen juist nauwelijks op. Wanneer een kleuter onvoldoende wordt herkend of langere tijd weinig uitdaging ervaart, kan de betrokkenheid afnemen. Een kind kan activiteiten gaan vermijden, minder initiatief tonen of zich aanpassen aan wat er in de groep van hem of haar wordt verwacht.

Daarom is het belangrijk om niet te denken: die kan al zoveel, die redt zich wel.

Wat kun je doen?

  • Kijk naar de leerbehoefte achter het gedrag.
  • Geef niet simpelweg meer werk, maar bied ander werk aan.
  • Zorg voor activiteiten waarbij een kind echt moet nadenken.
  • Laat ruimte voor verschillende oplossingen en strategieën.
  • Kijk bij lage betrokkenheid ook kritisch naar het niveau van het aanbod.

Een extra werkblad is dus niet automatisch verrijking. Ook bij kleuters gaat het om aanbod dat aansluit bij hun behoefte om te ontdekken en nieuwe denkstappen te zetten.

3. Koester de leerhonger

Sommige kleuters willen werkelijk alles weten. Waarom gebeurt dit? Hoe werkt dat? Waar komt dat vandaan? Wat gebeurt er als…? Die nieuwsgierigheid kan intens zijn. Ook kunnen interesses behoorlijk afwijken van wat je bij de leeftijd verwacht. Een kleuter kan zich bijvoorbeeld langdurig verdiepen in planeten, het menselijk lichaam, techniek, dieren, kunst of een historisch onderwerp.

Die interesses zijn geen hinderlijke omweg van het aanbod. Ze kunnen juist een prachtig vertrekpunt zijn.

Wat kun je doen?

  • Neem vragen serieus, ook als je het antwoord zelf niet direct weet.
  • Laat kinderen informatie opzoeken, verzamelen en vergelijken.
  • Zorg voor rijke boeken, materialen en afbeeldingen.
  • Geef ruimte om een onderwerp mee te nemen in het spel.
  • Stel vragen waarop niet maar één goed antwoord bestaat.
  • Sluit waar mogelijk aan bij persoonlijke interesses.

Niet iedere interesse hoeft meteen vertaald te worden naar een opdracht. Juist binnen het kleuteronderwijs kan spel een krachtige manier zijn om verdieping aan te brengen.

Een kind dat gefascineerd is door de ruimte hoeft bijvoorbeeld niet alleen een moeilijker werkblad te krijgen. Je kunt ook samen nadenken over een raketlanceerbasis in de bouwhoek, boeken toevoegen, plattegronden laten maken of vragen onderzoeken die tijdens het spel ontstaan.

Maes benadrukt in haar boek het belang van vertrouwen geven, interesses aanmoedigen en de leerhonger van deze kinderen koesteren.

4. Laat de kleuter ervaren dat iets moeilijk mag zijn

Wanneer leren lange tijd vanzelf gaat, krijgt een kind weinig gelegenheid om te ervaren hoe het is wanneer iets niet direct lukt. Juist bij jonge kinderen kun je daar al een belangrijke basis leggen.

Sommige kleuters stellen hoge eisen aan zichzelf. Zodra iets niet meteen lukt, kunnen ze stoppen, opnieuw beginnen of een activiteit vermijden. Ze kunnen moeite hebben om fouten te maken, met als risico later onderpresteren.

Daarom betekent uitdaging niet dat we een kleuter zoveel mogelijk schoolse taken moeten geven. Het betekent dat een kind binnen passende activiteiten kan ervaren:

  • Ik weet het nog niet.
  • Ik moet even nadenken.
  • Mijn eerste oplossing werkte niet.
  • Ik kan iets opnieuw proberen.
  • Ik mag hulp vragen.

Dat kan juist heel goed binnen spel, bouwen, ontwerpen, onderzoeken, puzzelen of open opdrachten. De uitdaging zit dan niet alleen in wat een kind leert, maar ook in hoe het leert omgaan met inspanning, frustratie en fouten.

5. Kijk naar het kind achter de voorsprong

Misschien is dit uiteindelijk wel de belangrijkste boodschap. Hoogbegaafdheid bij jonge kinderen gaat niet alleen over vroeg lezen, ver kunnen tellen of veel kennis hebben. Het gaat om een kleuter die iedere ochtend jouw groep binnenkomt en behoefte heeft om gezien te worden zoals hij of zij is.

Een kind kan cognitief ver vooruit zijn en tegelijkertijd emotioneel gewoon vijf jaar oud zijn. Een kind kan mondig zijn en zich toch onzeker voelen. Een kind kan nauwelijks opvallen en ondertussen veel meer begrijpen dan je in eerste instantie ziet.

Daarom vraagt goed onderwijs voor kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong of mogelijke hoogbegaafdheid niet alleen om moeilijker aanbod. Het vraagt vooral om observeren, luisteren en nieuwsgierig blijven.

Herken je dit?

Je hoeft als kleuterleerkracht niet direct vast te stellen of een kind wel of niet hoogbegaafd is. Je kunt wél signaleren:

  • Zie je opvallende interesses?
  • Merk je dat een kind nieuwe informatie razendsnel oppikt?
  • Is er een groot verschil tussen wat ouders thuis zien en wat jij in de groep ziet?
  • Vermijdt een kind fouten of uitdaging?
  • Past een kleuter zich sterk aan anderen aan?
  • Of merk je dat het bestaande aanbod nauwelijks nog tot echte betrokkenheid leidt?

Dan is het de moeite waard om verder te kijken. Bespreek observaties met ouders en collega’s en probeer samen zicht te krijgen op wat dit jonge kind nodig heeft.

Advies en begeleiding van Edux

Uiteindelijk hoeft niet iedere kleuter hetzelfde aanbod te krijgen. Wel verdient iedere kleuter een omgeving waarin er veel te ontdekken, te onderzoeken en te leren valt. Edux denkt graag mee!

Dit artikel is geschreven in samenwerking met Nathalie Maes, auteur van Mindset: Waarom positief denken belangrijk is bij hoogbegaafdheid.

Auteur

  • Nicole Slot

    Adviseur

Inspiratie en kennis direct in je mailbox?

Inspiratie en kennis direct in je mailbox? Meld je aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte.